De Smart Improv-methode is een vorm van gedirigeerde improvisatie waarbij een dirigent musici aanstuurt via hand- en armgebaren. De dirigent componeert 'in het moment' door instructies te geven en te reageren op de muziek.
De Smart Improv-methode kent 22 basistekens (basic signs) en 40 tekens die gebaseerd zijn op de improvisatietechnieken uit de muziektherapie, zoals beschreven door Kenneth Bruscia (1987) en Tony Wigram (2004).
De 22 basic signs richten zich vooral op muzikale parameters. Zo kan de dirigent bijvoorbeeld vragen om een ritme, een melodie, een ostinato, een akkoordschema, een overgang naar een nieuw gedeelte, een bepaalde toonladder of een specifieke dynamiek.
De 40 tekens die gebaseerd zijn op de improvisatietechnieken uit de muziektherapie staan elk voor een specifieke techniek, zoals het spelen van een reflectie, het matchen met een andere speler, het afronden van een muzikale zin, het bieden van structuur, het neerzetten van een framework of het nemen van een bepaalde rol.
Met de Smart Improv-methode werk je aan de volgende doelen:
S - Solfège-vaardigheden ontwikkelen
M - Muzikaal reageren op wat er gespeeld wordt
A - Actief toepassen van muziektheorie in de praktijk
R - Reageren op en luisteren naar anderen
T - Trainen en toepassen van de improvisatietechnieken van Bruscia en Wigram
I - Instant composing
M - Muzikaal leiden en dirigeren van een groep
P - Praktisch leren toepassen van verschillende instrumenten
R - Rollen herkennen en aannemen binnen een groepsimprovisatie
O - Ontwikkelen van creativiteit en bewust worden van het creatief proces
V - Vrij uiten van muzikale ideeën, individueel en in samenwerking
